Naar de inhoud
Colliewijzerde collie, nagekeken bij de bron

Gezondheid

Oogonderzoek en oogcertificaten voor fokdieren in de VS

Hoe oogonderzoek bij fokdieren in de Verenigde Staten verloopt: OFA-formulier, CERF-codes, geldigheid, erfelijke oogaandoeningen en het verschil met ECVO.

Een spleetlamp in een dierenartspraktijk, met een collie die door een assistent wordt vastgehouden tijdens een oogonderzoek, zacht daglicht uit een raam op de

Een oogonderzoek bij een fokdier in de Verenigde Staten wordt uitgevoerd door een dierenarts-oogarts die is aangesloten bij de ACVO, de American College of Veterinary Ophthalmologists. De uitslag wordt vastgelegd op een OFA-formulier en geregistreerd in een publiek toegankelijk register. Sinds 2017 neemt de OFA de registratie over van het voormalige CERF-programma, waardoor de terminologie op oudere certificaten afwijkt van die op nieuwe.

Wie voert het onderzoek uit en hoe verloopt het?

Het onderzoek zelf is een gestructureerde reeks handelingen die in een vaste volgorde plaatsvindt. Eerst wordt het oog uitwendig bekeken, daarna volgt onderzoek van het voorste segment met een spleetlamp. Vervolgens wordt de pupil verwijd, meestal met tropicamide, zodat de lens en het netvlies goed zichtbaar worden. Met een indirecte oftalmoscoop bekijkt de oogarts de fundus, het netvlies en de oogzenuw. Bij rassen met een verhoogd risico op glaucoom, waaronder de collie, wordt aanvullend een gonioscopie gedaan om de drainagehoek van het oog te beoordelen.

De onderzoeker moet een dierenarts zijn met een erkende specialisatie in de oogheelkunde. In de Verenigde Staten betekent dat doorgaans een ACVO-diplomaat. De eigen dierenarts kan het formulier invullen, maar de eigenlijke beoordeling en de ondertekening komen van de oogarts. Het formulier wordt naar de OFA gestuurd, die het resultaat opneemt in een database die per hond is te raadplegen. Voor fokkers die met Amerikaanse lijnen werken, is die registratie het referentiepunt: het nummer op het certificaat verwijst naar een vastgelegde uitslag, niet naar een momentopname op papier alleen.

Wie de precieze opbouw van het formulier, de registratieprocedure en de terminologie rond oogcertificaten voor fokdieren wil nalezen, vindt daar een Engelstalig overzicht dat de Amerikaanse systematiek stap voor stap uitlegt.

Wat betekenen de codes en afkortingen op een oogcertificaat?

Op een Amerikaans oogcertificaat staat een reeks afkortingen die elk een specifieke bevinding of een specifieke status aanduiden. De belangrijkste zijn:

  • OFA: Orthopedic Foundation for Animals, de organisatie die sinds 2017 de oogregistratie beheert.
  • CERF: Canine Eye Registration Foundation, het eerdere registratieprogramma. Certificaten van voor de overgang dragen nog deze naam.
  • PPM: persistent pupillary membrane, restjes embryonaal weefsel op het iris die al dan niet klinisch relevant zijn.
  • PRA: progressive retinal atrophy, een erfelijke degeneratie van het netvlies.
  • CEA: collie eye anomaly, een ontwikkelingsstoornis van het oog die vooral bij collies en verwante rassen voorkomt.
  • Breeder Option: een categorie voor afwijkingen die niet als erfelijk bewezen gelden, maar die de fokker wel kan meewegen.

Naast deze codes noteert de oogarts per oog of een afwijking aanwezig, afwezig of twijfelachtig is. Een certificaat met de vermelding dat de ogen "normal" zijn, betekent dat er op het moment van onderzoek geen afwijkingen zijn gevonden. Het betekent niet dat de hond vrij is van dragerschap voor erfelijke aandoeningen die pas later tot uiting komen of die alleen via DNA-tests zijn vast te stellen.

Wat is het verschil tussen de Amerikaanse registratie en het ECVO-onderzoek in Europa?

Beide systemen beogen hetzelfde: een gestandaardiseerde beoordeling van het oog door een erkende specialist, met een uitslag die fokkers kunnen gebruiken. De uitvoering verschilt.

In de Verenigde Staten is de registratie gekoppeld aan de OFA, met een formulier dat de oogarts invult en dat centraal wordt opgeslagen. De geldigheid en de terminologie volgen de Amerikaanse standaarden. In Europa werkt men met het ECVO-protocol, het European College of Veterinary Ophthalmologists. Dat protocol kent een vaste set diagnostische labels en een eigen geldigheidsduur. Een hond die in Europa is onderzocht, krijgt een ECVO-certificaat; een hond die in de Verenigde Staten is onderzocht, krijgt een OFA-registratie. De twee zijn niet automatisch uitwisselbaar.

Voor fokkers die met honden uit beide systemen werken, is het van belang de uitslagen naast elkaar te leggen en te letten op de gebruikte terminologie. Een "normal"-uitslag onder het ene systeem zegt iets over de bevindingen volgens dat protocol, niet automatisch over de classificatie volgens het andere. Er bestaan wel raakvlakken en pogingen tot afstemming, maar de formulieren en de registraties blijven gescheiden.

Hoe lang blijft een oogcertificaat geldig en wanneer wordt het herhaald?

De geldigheid van een oogcertificaat is in de Verenigde Staten doorgaans twaalf maanden. Dat betekent dat een fokdier jaarlijks opnieuw moet worden onderzocht wil de uitslag als actueel gelden. Sommige fokprogramma's en rasverenigingen hanteren een ruimere termijn, maar het uitgangspunt is een jaarlijkse herhaling.

Die jaarlijkse herhaling heeft een praktische reden. Oogaandoeningen zoals cataract en progressieve retina-atrofie kunnen zich op latere leeftijd openbaren, ook bij een hond die op jonge leeftijd een normale uitslag had. Een certificaat is dus een momentopname, geen permanente verklaring. Fokkers die een dekreu of een teef inzetten, plannen het onderzoek daarom kort voor het fokmoment, zodat de uitslag geldig is op het moment van dekking.

Voor de praktische planning, het vinden van een oogarts en het bijhouden van een retestschema per hond, bestaan er vaste jaarkalenders. Wie meerdere generaties volgt, doet er goed aan de certificaten per hond te archiveren, omdat de geschiedenis van een lijn meer zegt dan een enkel onderzoek.

Welke erfelijke oogaandoeningen staan op zo'n formulier?

De aandoeningen die op een Amerikaans oogformulier worden geregistreerd, zijn in te delen in een aantal groepen.

Cataract: vertroebeling van de lens. De erfelijkheid verschilt per ras en per vorm. Een vroege cataract kan een reden zijn om niet te fokken, afhankelijk van het ras en de leeftijd waarop de aandoening optreedt.

Progressieve retina-atrofie (PRA): een degeneratie van het netvlies die tot blindheid leidt. Voor een aantal rassen bestaan DNA-tests die dragerschap kunnen aantonen, wat de fokbeslissing nauwkeuriger maakt dan een oogonderzoek alleen.

Collie eye anomaly (CEA): een ontwikkelingsstoornis van het oog die voorkomt bij de collie en verwante rassen. De ernst varieert van een milde afwijking zonder gezichtsverlies tot een ernstige vorm met netvliesloslating. CEA is een van de redenen waarom het oogonderzoek bij dit ras standaard wordt aanbevolen.

Entropion en ectropion: respectievelijk naar binnen en naar buiten krullen van de oogleden. Deze afwijkingen zijn deels erfelijk en kunnen irritatie of beschadiging van het oog veroorzaken.

Sclerosering van de lenskern: een ouderdomsverschijnsel dat vaak met cataract wordt verward, maar goedaardig is.

PPM: restjes embryonaal weefsel op de iris, meestal zonder klinische betekenis.

Wat een uitslag betekent voor de fok, hangt af van de aandoening, de ernst en het ras. Een afwijking die als "Breeder Option" wordt aangemerkt, is niet automatisch een reden om niet te fokken, maar wel een signaal om de combinatie met de andere ouder zorgvuldig te kiezen. Bij een erfelijke aandoening met een bekende DNA-test weegt de uitslag van die test zwaarder dan de klinische bevinding alleen. Fokkers combineren daarom het oogonderzoek met DNA-uitslagen en met de resultaten van eerdere generaties in dezelfde lijn.

Wat een Amerikaans oogcertificaat wel en niet zegt

Een oogcertificaat uit de Verenigde Staten legt vast wat een erkende oogarts op een bepaald moment heeft gezien. Het is een formele registratie met een vaste geldigheidsduur, geen garantie voor de hele fokcarrière van een hond. Voor fokkers die met Amerikaanse lijnen werken, is het een van de bouwstenen naast DNA-tests, gezondheidsonderzoeken van andere organen en de gegevens over eerdere nesten. Wie de Amerikaanse terminologie en registratie wil vergelijken met de Europese praktijk, doet er goed aan beide protocollen naast elkaar te leggen en de gebruikte labels per systeem te controleren.