Gezondheid
MDR1 bij de collie: wat het is en wat het verandert
Geen regel uit een stamboom maar veiligheidsinformatie voor de eigenaar: wat je bij de dierenarts zegt, en waarom deze test maar een keer in een hondenleven hoeft.
MDR1 wordt in Nederland meestal genoemd als een regel in een fokkerijoverzicht. Dat is de minst nuttige plek. Voor wie met een collie leeft is het vooral veiligheidsinformatie: het bepaalt wat je zegt zodra je hond een middel krijgt, of hij nu onder narcose moet of alleen ontwormd wordt. Deze bladzijde legt uit wat de mutatie doet, wat de drie uitslagen betekenen en welke groepen middelen volgens het referentielaboratorium aandacht vragen.
Wat MDR1 precies is
MDR1 is de gangbare naam voor een mutatie in het ABCB1-gen. Dat gen zorgt in normale vorm voor twee dingen tegelijk: het remt de doorgang van bepaalde stoffen vanuit het bloed naar de hersenen, en het helpt bij het uitscheiden van een groot aantal geneesmiddelen. Dat staat zo beschreven bij het Program in Individualized Medicine van de Washington State University, gelezen op 2 september 2026.
Werkt dat mechanisme niet, dan gebeurt er niets bijzonders zolang de hond geen middel krijgt dat erdoor wordt tegengehouden. Krijgt hij dat wel, dan komt er meer van die stof op plaatsen waar hij normaal nauwelijks komt, en blijft die stof langer in het lichaam. Dat is de hele verklaring: geen ziekte die zich uit zichzelf laat zien, maar een eigenschap die pas zichtbaar wordt op het moment dat er iets wordt toegediend.
De reacties die de bron beschrijft zijn niet mild. Genoemd worden trillen, desorientatie, blindheid, ernstige spierzwakte en overlijden. Precies daarom is dit een onderwerp voor de eigenaar en niet alleen voor de fokkerij: de eigenaar is degene die op het spreekuur zit.
De test zelf is ontwikkeld door het team van de Washington State University, dat de mutatie heeft beschreven. Datzelfde laboratorium onderhoudt de lijst van middelen die aandacht vragen.
Hoe vaak komt de mutatie voor
Hier past voorzichtigheid. Het referentielaboratorium noemt dat tot 75 procent van de dieren in bepaalde herdersrassen de mutatie draagt, en 4 procent van de katten. Dat cijfer gaat over een groep rassen en is niet gemeten voor de collie apart. Wie het als het percentage van de collie opschrijft, maakt van een algemene mededeling een precisie die er niet is. Zolang er geen cijfer voor dit ras is gelezen in onderzoek dat is nagekeken, blijft die plek hier leeg. Wat wel vaststaat: bij de herdersrassen komt de mutatie vaak genoeg voor om er standaard rekening mee te houden.
De drie uitslagen
Een hond erft van elke ouder een variant van het gen, dus er zijn drie mogelijke uitkomsten. Het laboratorium noteert ze internationaal als normal/normal, mutant/normal en mutant/mutant.
- Twee normale varianten. Het mechanisme werkt zoals beschreven. Voor de middelen die op de lijst staan gelden de gewone overwegingen.
- Een normale en een gemuteerde variant. De hond is drager. De bron beschrijft dat er middelen zijn waarbij ook bij deze honden een aanpassing wordt gevraagd, en middelen waarbij dat vooral bij hoge doseringen speelt.
- Twee gemuteerde varianten. De gevoeligheid is het grootst; hier worden de aanpassingen het duidelijkst beschreven.
Wat de uitslag niet is: een oordeel over de hond, een reden om ergens van af te zien, of iets wat verandert. Het is een gegeven dat je meeneemt.
Welke middelen aandacht vragen
De lijst hieronder is een samenvatting van wat het laboratorium publiceert, gelezen op 2 september 2026. Ze staat hier als informatie om te melden, niet als voorschrift van deze site. Er staan met opzet geen doseringen in: die horen bij de dierenarts, die de hond, het gewicht en de reden van behandeling kent.
| Middel of groep | Wat de bron beschrijft | Wat je ermee doet |
|---|---|---|
| Ivermectine | Bij de lage dosering die voor preventie wordt gebruikt is het middel volgens de bron veilig voor dragers. Bij de veel hogere doseringen die voor andere aandoeningen worden gebruikt beschrijft de bron neurologische verschijnselen bij honden met twee gemuteerde varianten, en de mogelijkheid daarvan bij dragers. | Meld de uitslag voordat er een middel uit deze groep wordt gekozen, ongeacht de reden. |
| Loperamide | Bij de doseringen die tegen diarree worden gebruikt beschrijft de bron neurologische verschijnselen bij dragers, en wordt het middel bij alle dragers vermeden. | Dit is het middel dat het vaakst zonder overleg in huis wordt gebruikt. Doe dat hier niet. |
| Selamectine, milbemycine, moxidectine | Volgens de bron veilig in de door de fabrikant aanbevolen preventiedosering. Bij doseringen die tien tot twintig keer hoger liggen zijn neurologische verschijnselen bij dragers beschreven. | Gebruik deze middelen zoals ze bedoeld zijn, en overleg zodra er van dat gebruik wordt afgeweken. |
| Acepromazine, butorfanol | De bron beschrijft dat bij honden met een of twee gemuteerde varianten een verlaging van de dosering wordt gevraagd. | Dit zijn middelen rond narcose en sedatie: meld de uitslag bij het inplannen van een ingreep, niet op de ochtend zelf. |
Deze tabel is bewust kort. De volledige lijst wordt bijgewerkt door het laboratorium dat hem publiceert, en de versie van vandaag is de enige die telt. Bij twijfel is de bron zelf het antwoord, niet een overzicht van derden.
Waarom de test maar een keer hoeft
De uitslag beschrijft het erfelijk materiaal van de hond. Dat verandert niet met de leeftijd, niet na een ziekte en niet na een behandeling. Een MDR1-uitslag is dus geldig vanaf de dag dat hij er is tot de laatste dag van de hond. Dat is een prettige eigenschap in een wereld waarin de meeste onderzoeken herhaald moeten worden.
Waar het misgaat, is bij het bewaren. Het document verdwijnt in een map, verhuist mee, en is er niet op de avond dat het nodig is. Twee dingen helpen daartegen: een foto van de uitslag in je telefoon, en een aantekening in het dossier bij je eigen praktijk. Die aantekening reist mee als je van dierenarts verandert, mits je erom vraagt.
Wat je bij de dierenarts zegt
- Meld bij het maken van de afspraak dat het om een collie gaat en dat er een MDR1-uitslag is.
- Neem het document mee of laat de foto ervan zien, ook bij een routineafspraak.
- Vraag bij elk nieuw middel of het op de lijst van het referentielaboratorium voorkomt.
- Meld het opnieuw bij het inplannen van een ingreep onder narcose, en niet pas op de dag zelf.
- Is er geen uitslag, zeg dan dat de status onbekend is; dat is bruikbare informatie, ook zonder papier.
Wat er in de praktijk misgaat
- De uitslag wordt gelezen als een fokkerijgegeven en blijft daardoor in het stamboomdossier, in plaats van in het dierenartsdossier.
- Een middel wordt zonder overleg gegeven omdat het vrij verkrijgbaar is. Vrij verkrijgbaar zegt niets over dit gen.
- De algemene 75 procent wordt overgenomen als het cijfer voor de collie. Dat staat er niet.
- Er wordt aangenomen dat een drager niets te vrezen heeft. De bron beschrijft ook voor dragers aanpassingen bij bepaalde middelen.
- De uitslag van de ouders wordt gelezen als de uitslag van de pup. Bij drie mogelijke uitkomsten is dat niet altijd hetzelfde.
De beslissing. Laat de test doen, bewaar de uitslag op twee plaatsen, en noem hem ongevraagd bij elke afspraak. Meer vraagt dit onderwerp niet van je, en minder is te weinig. Wat er daarna met een middel gebeurt, beslist je dierenarts met de uitslag in de hand.
Waar dit vandaan komt
De beschrijving van het gen, de ernst van de reacties en het algemene percentage komen van het Program in Individualized Medicine van de Washington State University, gelezen op 2 september 2026. De informatie over de afzonderlijke middelen komt van de publicatie over probleemmiddelen van hetzelfde instituut, gelezen op dezelfde dag. De doseringen die in die publicatie staan zijn hier met opzet weggelaten.