Naar de inhoud
Colliewijzerde collie, nagekeken bij de bron

Gezondheid

CEA bij de collie en het ECVO-oogonderzoek: twee verschillende dingen

Een DNA-uitslag en een oogonderzoek worden voortdurend door elkaar gehaald. Deze bladzijde zet ze uit elkaar en houdt ze uit elkaar.

Dierenarts belicht het oog van een collie met een spleetlamp in een verduisterde ruimte, met een groene weerschijn in de pupil

Rond de ogen van dit ras lopen twee onderzoeken naast elkaar die voortdurend door elkaar worden gehaald: een DNA-onderzoek en een klinisch oogonderzoek volgens het protocol van het ECVO. Ze meten iets anders, ze worden op een ander moment gedaan en ze hebben in het Nederlandse fokreglement een andere status. Deze bladzijde zet ze uit elkaar en houdt ze uit elkaar.

Deze bladzijde beschrijft twee onderzoeksprotocollen en de regels die eromheen gelden. Over de ogen van de hond die voor je staat oordeelt een dierenarts of een oogarts, met het dier erbij.

Wat CEA is, in de woorden van het reglement

De afkorting CEA staat voor Collie Eye Anomaly. Het Nederlandse verenigingsfokreglement voor dit ras, versie 24 oktober 2021, gelezen op 2 september 2026, noemt de aandoening bij haar andere naam: choroidale hypoplasie. Het gaat om een aanlegafwijking in het achterste deel van het oog, in het vaatvlies achter het netvlies.

Het reglement plaatst het bijbehorende DNA-onderzoek in artikel 4.5, onder de dringende adviezen, en niet bij de verplichtingen van artikel 4.2. De formulering is precies: geadviseerd wordt beide ouderdieren te testen op choroidale hypoplasie door middel van een rasspecifiek DNA-onderzoek. Dat is een belangrijk onderscheid voor een koper, want het verklaart waarom je bij het ene nest wel een CEA-uitslag krijgt en bij het andere niet, zonder dat een van beide fokkers het reglement overtreedt.

Wat het ECVO-oogonderzoek is

Het ECVO is het Europese college van dierenartsen die zich in oogheelkunde hebben gespecialiseerd. Het publiceert een protocol voor het onderzoek naar erfelijke oogaandoeningen, gelezen op 2 september 2026. Volgens dat protocol wordt het onderzoek uitgevoerd door een gecertificeerde onderzoeker, een panellist, en niet door de eerste de beste praktijk.

Het onderzoek is een algemeen onderzoek van het oog en van de weefsels eromheen. De identiteit van de hond wordt eerst vastgesteld aan de hand van tatoeage of chip. De pupil wordt verwijd met een oogdruppel, omdat het achterste deel van het oog anders niet te beoordelen is. Het protocol schrijft ook het minimale instrumentarium voor: een spleetlampbiomicroscoop met minstens tienvoudige vergroting en een binoculaire indirecte oogspiegel.

Het resultaat wordt vastgelegd op een certificaat. Daarop worden alle bevindingen van dat moment schematisch getekend of beschreven, ook bevindingen die niets met een erfelijke oogaandoening te maken hebben. De eigenaar wordt erop gewezen dat het resultaat gepubliceerd wordt. Daaruit volgt de kernzin van deze bladzijde: het certificaat beschrijft wat er die dag te zien was, en niets anders.

Wat het reglement over de ouderdieren vraagt

Artikel 4.2 van het fokreglement rekent het oogonderzoek tot de verplichte screening voor de dekking. Artikel 4.3.4 werkt uit hoe: beide ouderdieren moeten een ECVO-onderzoeksresultaat hebben, en het reglement noemt de momenten waarop die onderzoeken plaatsvinden. Bij de nestcontrole, of direct na aanschaf als er geen nestcontrole is geweest. Daarnaast voordat de teef voor het eerst gedekt wordt. En bij de reu voordat hij voor het eerst dekt, en opnieuw in zijn vijfde levensjaar.

Wanneer een ECVO-onderzoek plaatsvindt volgens het verenigingsfokreglement, versie 24 oktober 2021, gelezen op 2 september 2026.
WieWanneerArtikel
Het nestTussen de vijfde en de negende levensweek4.3.5 en 8.3
Elke hondBij de nestcontrole, of direct na aanschaf als die niet heeft plaatsgevonden4.3.4
De teefVoordat zij voor het eerst gedekt wordt4.3.4
De reuVoordat hij voor het eerst dekt, en opnieuw in zijn vijfde levensjaar4.3.4
Beide ouderdierenEen geldige uitslag hebben op het moment van de dekking4.2 en 4.3.4

Hetzelfde artikel legt vast waarop beide ouderdieren vrij bevonden moeten zijn: coloboom, netvliesloslating en bloeding. Verdere fokbeperkingen zijn er volgens de tekst vooralsnog niet. Het reglement schrijft er zelf bij dat de oogonderzoeken een inventariserend karakter hebben en dat de resultaten tweejaarlijks worden geevalueerd. Dat is een eerlijke zin: het onderzoek dient hier zowel de individuele beslissing als de kennis over het ras.

Waarom het nest tussen de vijfde en negende week wordt onderzocht

Artikel 4.3.5 bepaalt dat in de nestfase tussen de vijfde en de negende levensweek van de pups een ECVO-oogonderzoek wordt uitgevoerd, en artikel 8.3 legt bij de fokker de zorg neer voor dat onderzoek en voor een kopie van het rapport bij de documenten die met de pup meegaan.

Dat venster valt niet toevallig voor het vertrek, dat volgens artikel 8.2 op zijn vroegst op zeven weken plaatsvindt. Het onderzoek gebeurt dus terwijl de pups nog bij elkaar zijn, in een leeftijd waarin de bevindingen het best te beoordelen zijn, en het levert een papier op dat bij de pup hoort in plaats van bij de fokker. Voor jou als koper betekent dat iets eenvoudigs: er hoort een rapport te zijn, en je mag het zien. Welke ontwikkeling er in diezelfde weken nog meer plaatsvindt, staat bij het overzicht van de eerste acht weken.

Wat een DNA-uitslag wel en niet zegt

Een DNA-onderzoek leest een vaste eigenschap uit een monster. De uitslag verandert daarna niet meer, en dat maakt hem in dit dossier bruikbaar en tegelijk beperkt. Bruikbaar, omdat hij een leven lang geldig is. Beperkt, omdat hij precies dat ene stukje erfelijk materiaal beschrijft en niets zegt over de toestand van het oog vandaag.

Het klinische onderzoek doet het omgekeerde: het beschrijft de toestand van het oog op de dag van onderzoek en zegt niets over wat de hond doorgeeft. Daarom vullen ze elkaar aan en vervangen ze elkaar nooit. Een fokker die zegt dat de ouders getest zijn, kan volledig gelijk hebben over het DNA en toch niets hebben gezegd over het oogonderzoek van het nest. Vraag daarom niet naar tests maar naar de twee documenten apart.

Er is nog een val, en die is subtieler. De mededeling dat een hond vrij is van CEA kan drie dingen betekenen: genetisch vrij volgens een DNA-uitslag, vrij op grond van de uitslagen van de ouders, of vrij bevonden bij een klinisch onderzoek op een bepaalde datum. Dat zijn drie verschillende beweringen met drie verschillende houdbaarheden. Vraag welke van de drie het is, en vraag het papier erbij. Hoe deze onderzoeken zich verhouden tot de andere, staat op de Testtabel.

Het blauwe oog van een blue merle

Bij deze bladzijde hoort een vaak gestelde vraag die niets met CEA te maken heeft. Standaard 156, gelezen op 2 september 2026, schrijft bij de ogen voor dat ze donkerbruin zijn, en maakt daarop een uitzondering: bij blue merles zijn een oog of beide ogen, geheel of gedeeltelijk, vaak blauw of blauw gevlekt. De rasstandaard erkent die kleur dus.

Wat een oog mankeert, is aan de kleur van de iris niet af te lezen. Daarvoor bestaat het onderzoek dat hierboven is beschreven, en dat is precies waarom een certificaat meer waard is dan een indruk. Over kleur en tekening gaat de Kleurenwijzer.

Wat je opvraagt

  • Vraag van beide ouderdieren het ECVO-certificaat, met de datum van onderzoek erop.
  • Vraag het onderzoeksrapport van het nest uit de vijfde tot negende levensweek.
  • Vraag of er een DNA-uitslag voor choroidale hypoplasie is, en van welke ouder of ouders.
  • Vraag bij de mededeling vrij van CEA welke van de drie betekenissen bedoeld is.
  • Controleer op elk certificaat of de identificatie van de hond klopt met het chipnummer.

Wat er rond dit onderwerp misgaat

  • Een DNA-uitslag wordt gepresenteerd als bewijs dat de ogen van de pup zijn nagekeken.
  • Een ECVO-certificaat van jaren geleden wordt gelezen alsof het over vandaag gaat.
  • De uitslag van de ouders wordt overgenomen als de status van de pup.
  • Het onderzoek van het nest wordt overgeslagen omdat de ouders vrij zijn.
  • Een blauw oog bij een blue merle wordt als aandoening gelezen, terwijl de standaard die kleur noemt.
  • Het DNA-onderzoek wordt als verplicht gepresenteerd, terwijl het reglement het bij de adviezen plaatst.

De beslissing. Vraag twee documenten en geen mondelinge samenvatting: het ECVO-certificaat van beide ouders en het onderzoeksrapport van het nest. Krijg je daarnaast een DNA-uitslag, dan volgt de fokker het dringende advies van het reglement en niet alleen de eis. Wat je met die papieren doet voordat je iets vastlegt, staat bij wat je vooraf vraagt.

Waar dit vandaan komt

De bepalingen over verplichte en geadviseerde onderzoeken, de momenten van onderzoek en het venster van de vijfde tot negende levensweek komen uit het verenigingsfokreglement voor dit ras, versie 24 oktober 2021, gelezen op 2 september 2026. De beschrijving van het onderzoek zelf komt uit het protocol van het European College of Veterinary Ophthalmologists, gelezen op dezelfde dag. De uitzondering voor het oog van de blue merle komt uit FCI-standaard 156.