Naar de inhoud
Colliewijzerde collie, nagekeken bij de bron

Rubriek 01 van 07

Rasportret van de collie, de Schotse herdershond

Bouw, karakter en werkaanleg, gelezen in de rasstandaard zelf in plaats van overgeschreven.

Langharige collie staat op een dijkpad met zijn zandkleurige vacht en witte kraag goed in beeld, onder een zware Nederlandse lucht

In het Nederlandse register heet dit ras Schotse Herdershond Langhaar of Schotse Herdershond Korthaar. In het dagelijks spraakgebruik heet hij collie, en onder die naam wordt hij ook gezocht. Deze rubriek beschrijft hem zoals de rasstandaard hem beschrijft: welke maten er staan, welke kleuren er erkend zijn, welk karakter er wordt gevraagd en waarom de standaard hem ondanks al dat haar een werkhond blijft noemen.

Twee standaarden, een ras

De collie heeft bij de Federation Cynologique Internationale twee nummers: 156 voor de langharige en 296 voor de kortharige variant. Dat is geen detail voor liefhebbers, want de twee documenten zijn niet even oud en niet woordelijk gelijk. De standaard voor de langharige draagt in zijn kop het nummer 156 en de datum 22 november 2012, met 8 oktober 2012 als datum van de geldige officiele standaard. De standaard voor de kortharige draagt 15 september 2021, met 27 juli 2021 als datum van de geldige officiele standaard. Beide zijn gelezen op 2 september 2026.

Wat de twee rasstandaarden vastleggen. Bron: FCI-standaard 156 en FCI-standaard 296, gelezen op 2 september 2026.
PuntStandaard 156, langhaarStandaard 296, korthaar
Geldige officiele standaard8 oktober 201227 juli 2021
Land van herkomstGroot-BrittannieGroot-Brittannie
GebruikHerdershondHerdershond
IndelingGroep 1, sectie 1, zonder werkproefGroep 1, sectie 1, zonder werkproef
Schofthoogte reu56 tot 61 cm56 tot 61 cm
Schofthoogte teef51 tot 56 cm51 tot 56 cm
GewichtNiet vermeldReu 20,5 tot 29,5 kg, teef 18,0 tot 25,0 kg
VachtDicht, met recht en ruw dekhaar en een zachte, wollige, zeer dichte ondervacht die de huid bijna verbergt; manen en kraag zeer overvloedigKort en plat dekhaar van ruwe textuur, met een zeer dichte ondervacht; niet getrimd of geknipt
Erkende kleurenSable, tricolour, blue merleSable en wit, tricolour, blue merle
OrenKlein, niet te dicht bij elkaar op de schedelMiddelmatig groot, breder aan de basis

De regel die het vaakst wordt aangehaald staat in de historische inleiding van standaard 156: de langharige en de kortharige collie zijn dezelfde hond, op de lengte van het haar na. Wie de twee documenten naast elkaar legt, ziet dat die zin klopt op de maten en op de bouw, en dat de bewoordingen op andere punten uit elkaar lopen. Wat dat verschil praktisch betekent, staat in de vergelijking tussen langhaar en korthaar.

Wat de standaard over de herkomst zegt

Standaard 156 opent met een korte historische notitie, en die notitie is voorzichtiger geformuleerd dan de meeste rasverhalen die je erover leest. Het ras zou zijn ontstaan uit honden die oorspronkelijk door de Romeinen naar Schotland zijn gebracht en zich daar met inheemse types hebben vermengd. De standaard schrijft dat met een slag om de arm, en die slag om de arm hoort erbij: het is een aanname, geen vaststelling.

Wat de standaard er wel stellig bij zegt, is dat de langharige collie een verfijnde versie is van de oorspronkelijke werkhond van de Schotse herder, geselecteerd over minstens honderd jaar, en dat veel honden dat werk nog altijd naar behoren zouden kunnen doen als ze de kans kregen. Daar volgt de zin op die het portret samenvat: bij alle schoonheid blijft de collie een werker.

Bouw en beweging

De standaard beschrijft een hond die iets langer is dan hoog, met een vlakke schedel, een licht maar merkbare stop, en een kop die van voren en van opzij een gladde, stomp toelopende wig vormt. De neus is altijd zwart. De ogen zijn middelgroot, amandelvormig, schuin geplaatst en donkerbruin, met een uitzondering die verderop op deze site nog terugkomt: bij blue merles is een oog of zijn beide ogen vaak geheel of gedeeltelijk blauw of blauw gevlekt.

Voor de beweging is de standaard opvallend concreet. Een gezonde hond staat nooit los in de ellebogen en beweegt toch met de voorvoeten betrekkelijk dicht bij elkaar. Vlechten, kruisen of rollen zijn zeer ongewenst. Achterbenen zijn van sprong tot grond parallel, de gang van opzij gezien vloeiend, en de pas redelijk lang, licht en ogenschijnlijk moeiteloos. Dat is geen esthetisch lijstje: het beschrijft een hond die een lange dag buiten moet kunnen maken.

Karakter, en wat er precies staat

Hier lopen de twee standaarden hoorbaar uiteen. Standaard 156 noemt een vriendelijke aard zonder enig spoor van nervositeit of agressie, en voegt daaraan toe dat het een grote gezelschapshond is, vriendelijk, vrolijk en actief, en goed met kinderen en met andere honden. Standaard 296 houdt het bij de eerste zin en laat de toevoeging over kinderen en andere honden weg.

Wat die zin wel en niet belooft, is een onderwerp op zichzelf: een rasstandaard beschrijft een gewenst temperament voor het ras, geen garantie voor een individuele hond, en hij zegt niets over de manier waarop een drijvende hond op rennende kinderen reageert. Dat verschil wordt uitgewerkt in de bladzijde over kinderen en andere huisdieren.

Kleur, kraag en de grens van de standaard

Standaard 156 erkent drie kleuren: sable, tricolour en blue merle. Standaard 296 noemt er evenveel en schrijft de eerste als sable en wit. Alle kleuren dragen in meerdere of mindere mate de typische witte collietekening; een volledige of gedeeltelijke witte kraag, wit voorstel, witte benen en voeten en een witte staartpunt zijn gunstig, en geheel of overwegend wit is zeer ongewenst. Alles wat daarnaast in de fokkerij een naam heeft gekregen, staat niet in de standaard. Dat onderscheid is de kern van de Kleurenwijzer.

Wat de standaard uitsluit

Onder de diskwalificerende fouten noemen beide standaarden hetzelfde: een agressieve of overdreven schuwe hond, en elke hond die duidelijk lichamelijke of gedragsmatige afwijkingen vertoont. Daarnaast staat in beide de bepaling dat alleen functioneel en klinisch gezonde honden met een rastypische bouw voor de fokkerij gebruikt zouden moeten worden. Welke onderzoeken daar in Nederland bij horen, staat op de Testtabel.

Wat je zelf in de standaard kunt nakijken

  • Het nummer en de datum in de kop: een standaard zonder versie is een standaard die stiekem veroudert.
  • De schofthoogte, en of de hond die je voor je hebt daarbinnen valt.
  • De formulering over de vacht, want daar zit het verschil tussen de twee varianten.
  • De zin over het temperament, en of die in beide standaarden hetzelfde luidt.
  • De lijst met diskwalificerende fouten, die korter is dan de meeste mensen denken.

Wat er misgaat bij het lezen van een rasportret

  • Een rasverhaal wordt overgeschreven van de ene site naar de andere tot niemand meer weet welke versie van de standaard eronder ligt.
  • De historische notitie wordt als vaststaand feit gepresenteerd, terwijl de standaard zelf een voorbehoud maakt.
  • De zin over kinderen wordt gelezen als een garantie, terwijl het een beschrijving van rastemperament is.
  • Termen uit de fokkerij worden op een hoop gegooid met de kleuren die de standaard erkent.
  • Het gewicht van de kortharige standaard wordt op de langharige geplakt, terwijl standaard 156 helemaal geen gewicht noemt.

Wat je hieraan hebt. Een rasportret is pas bruikbaar als je weet welk document eronder ligt en wanneer dat document is vastgesteld. Voor de collie zijn dat er twee, met negen jaar ertussen. Wie dat weet, leest elke advertentie en elke rasbeschrijving anders, en herkent meteen wanneer iemand de ene standaard voor de andere gebruikt. Wie verder wil, begint bij de vraag of dit ras bij het eigen huishouden past of bij de vergelijking met drie verwante herdershonden.

01

In deze rubriek

Elke bladzijde met haar eigen vraag, in de volgorde waarin je ze leest.

  1. Twee collies zitten naast elkaar op kort gemaaid gras, de een langharig en de ander kortharig, allebei driekleurig, in zacht licht

    Langharige of kortharige collie: dezelfde hond, twee vachten

    De rasstandaard zet de twee varianten vrijwel gelijk, op de lengte van het haar na. De beslissing valt dus ergens anders, en deze bladzijde zegt waar.

  2. Collie ligt op de tegelvloer van een gezinskeuken terwijl een hand water in zijn voerbak schenkt aan het eind van de dag

    Is een collie iets voor jou en voor jouw huishouden?

    Een lijst die ook nee als antwoord toelaat. Vijf posten bepalen bij dit ras of het samengaat, en het zijn zelden de posten waar mensen op letten.

  3. Drie collies met verschillende vachtkleuren zitten op een rij in kort gras, van goudzand via driekleurig tot blauw gemarmerd

    Kleurenwijzer: sable, tricolour en blue merle bij de collie

    Het tweede hulpmiddel van de site: een woordenlijst die scherp scheidt wat de rasstandaard erkent van wat de fokkerij en de genetica benoemen.

  4. Vier herdershonden van verschillend formaat wachten met losse lijnen op een gemaaid weiland, de baas buiten beeld

    Collie, sheltie, border collie en bearded collie

    Vier rassen die op een foto op elkaar lijken en in huis niet hetzelfde vragen. Elke regel gelezen in de standaard van het ras zelf.

Twee rubrieken sluiten hierop aan: Gezondheid en Pup en opvoeding. Wie liever bij de gegevens zelf begint, opent de Testtabel.