Pup en opvoeding
Ontwikkeling van een puppy: van geboorte tot acht weken, week per week
Acht weken met een kalender die ergens op rust: per week het onderzoek, de handeling of de leeftijdsgrens die in een reglement of in de wet staat, met het artikelnummer erbij.
Tussen de geboorte en het vertrek naar een nieuw huis liggen acht weken waarin bijna alles gebeurt. Over die weken circuleren veel schema's en weinig bronnen. Deze bladzijde draait dat om: zij volgt de acht weken aan de hand van wat er in het Nederlandse verenigingsfokreglement, in het Besluit houders van dieren en bij het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren over die weken vastligt, met per punt het artikel of de bron erbij. Zo kun je een aanbod naast een kalender leggen in plaats van naast een gevoel.
De kalender die vastligt
| Moment | Wat er gebeurt | Waar het staat |
|---|---|---|
| Rond week 3 | De primaire socialisatiefase begint. | Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren |
| Week 5 tot 9 | Het ECVO-oogonderzoek van het nest wordt uitgevoerd. | Fokreglement, artikel 4.3.5 en 8.3 |
| Voor het vertrek | Ontwormen, enten, een volledig ingevuld paspoort en een unieke transponder. | Fokreglement, artikel 8.1 |
| Voor het vertrek | De pups zijn goed gesocialiseerd en hebben kennisgemaakt met normale huiselijke zaken. | Fokreglement, artikel 8.4 |
| Voor het vertrek | Bij bedrijfsmatige verkoop of opvang geldt een wettelijke zorgplicht voor voldoende socialisatie. | Besluit houders van dieren, artikel 3.22 |
| Minstens 7 dagen voor het vertrek | De eerste enting; tussen enting en overdracht zitten minimaal zeven dagen. | Fokreglement, artikel 8.2 |
| Week 7 | De vroegste dag waarop een pup mag vertrekken. | Fokreglement artikel 8.2 en Besluit artikel 1.20 |
| Bij het vertrek | Stamboom, dierenpaspoort en de uitslagen van beide ouderdieren en van de pups gaan mee. | Fokreglement, artikel 8.6 |
| Week 9 tot 14 | Het einde van de primaire socialisatiefase, mede afhankelijk van het ras. | Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren |
Week een en twee: de eerste periode
De eerste weken draaien om warmte, melk en gewicht. De pups liggen tegen elkaar en tegen de moeder, en het gewicht is in deze periode de meest bruikbare maat voor hoe het gaat. Er is in deze weken geen enkele verplichting uit reglement of wet die de fokker naar buiten toe moet aantonen, en er valt voor een koper dus ook niets te controleren. Dat is precies waarom bezoeken in deze periode zelden iets opleveren en waarom een goede fokker er terughoudend in is.
Wat je er later wel over kunt vragen, is het verloop: hoeveel pups er geboren zijn, hoe het met de moeder ging en of er iets bijzonders is geweest. Dat gesprek zegt meer dan een bezoek in week een.
Week drie: het venster gaat open
Rond drie weken begint volgens het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren de primaire socialisatiefase, en daarmee verandert de aard van het werk in het nest. De pups gaan zich verplaatsen, ze reageren op wat er om hen heen gebeurt, en ze beginnen ervaringen op te doen die hun latere reacties vormen.
Dezelfde bron is expliciet over wie er in die weken aan zet is: het eerste deel van die fase brengt de pup bij de fokker door, en die zal dus al moeten beginnen met socialiseren en de pups kennis laten maken met huiselijke geluiden, met verschillende mensen, met kinderen en met andere honden. Dat is geen extraatje: het is het gedeelte van de opvoeding dat jij als koper niet meer kunt overdoen.
Week vier en vijf: de omgeving wordt de leerstof
In deze weken wordt zichtbaar hoe het nest is opgezet. Een nest dat in een woonruimte of in een gebruikte ruimte staat, levert vanzelf geluiden, ondergronden, geuren en langslopende mensen op. Een nest dat in een aparte, stille ruimte staat, levert dat niet, en dat verschil is later terug te zien in de hond.
Voor de collie telt dit zwaarder dan voor menig ander ras, omdat gevoeligheid voor geluid en beweging bij dit ras een rasgebonden eigenschap is. Wat er in het nest gewoon is geworden, hoeft later niet meer geleerd te worden.
Week vijf tot negen: het oogonderzoek
Hier valt de eerste harde afspraak. Artikel 4.3.5 van het fokreglement bepaalt dat in de nestfase tussen de vijfde en de negende levensweek een ECVO-oogonderzoek wordt uitgevoerd, en artikel 8.3 legt de zorg daarvoor bij de fokker neer, inclusief een kopie van het rapport bij de documenten die met de pup meegaan.
Dit is dus een controleerbaar feit met een datum erop, en het valt in de periode waarin je zelf op bezoek gaat. Vraag ernaar als je er bent, en vraag het rapport en niet de samenvatting. Wat het onderzoek precies inhoudt en wat het wel en niet zegt, staat bij CEA en het ECVO-oogonderzoek.
Week zes en zeven: ontwormen, enten, chippen
Artikel 8.1 van het reglement legt vast dat de fokker zorgt voor deugdelijk ontwormen en inenten volgens gangbare veterinaire inzichten, voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend paspoort, en voor een unieke transponder. Zijn de pups niet ingeent, dan moet dat volgens artikel 8.1.1 met een titerbepaling worden aangetoond.
Artikel 8.2 voegt daar een termijn aan toe die weinig mensen kennen: tussen de eerste enting en de overdracht aan de nieuwe eigenaar moeten minimaal zeven dagen zitten. Die zin is bruikbaar bij het plannen: als een pup pas kort voor het ophalen zijn eerste enting krijgt, schuift de ophaaldatum en niet de enting.
Week zeven: de vroegste vertrekdag
Twee documenten leggen dezelfde ondergrens vast. Artikel 8.2 van het fokreglement bepaalt dat pups niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van zeven weken. Artikel 1.20 van het Besluit houders van dieren noemt voor honden dezelfde termijn van zeven weken als minimumleeftijd voor het scheiden van de moeder, in de versie die op de wettenbank van de overheid stond met de consolidatiedatum 7 juli 2026.
Zeven weken is dus de bodem en niet de norm. Veel fokkers houden aan langer, en dat is verdedigbaar: de socialisatiefase loopt volgens het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren door tot ergens tussen week negen en week veertien, mede afhankelijk van het ras, en de weken bij de moeder en de nestgenoten tellen daarin mee.
Waar dit tijdpad op rust
Elke regel in de tabel hierboven komt uit een van drie documenten: het verenigingsfokreglement voor dit ras van 24 oktober 2021, het Besluit houders van dieren in de geconsolideerde versie van 7 juli 2026, en de informatie van het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren over de socialisatie van de pup. Alle drie zijn gelezen op 2 september 2026. Wat er over de biologische ontwikkeling van een pup in nog fijnere stappen te zeggen valt, hoort bij een dierenarts of bij vakliteratuur, en dat is precies waarom het hier niet in getallen staat.
Wat je in deze weken vraagt
- Vraag in welke week het ECVO-onderzoek van het nest gepland staat, en vraag later het rapport.
- Vraag waar het nest staat en welke geluiden en mensen de pups daar tegenkomen.
- Vraag wanneer de eerste enting valt, en reken zeven dagen tot de ophaaldatum.
- Vraag of de pups gechipt zijn en of het paspoort door de dierenarts is ingevuld en ondertekend.
- Leg de aangeboden ophaaldatum naast de leeftijd van zeven weken.
Wat er in deze weken misgaat
- Een ophaaldatum wordt vervroegd met het argument dat deze pup er klaar voor is.
- Het oogonderzoek van het nest wordt overgeslagen omdat de ouders vrij zijn.
- Socialisatie wordt gepresenteerd als iets voor de nieuwe eigenaar, terwijl het eerste deel bij de fokker valt.
- Bezoek in week een of twee wordt gezien als een teken van openheid, terwijl er niets te beoordelen valt.
- De termijn van zeven dagen tussen enting en overdracht wordt vergeten bij het plannen.
De beslissing. Vraag naar de weken waarop iets vastligt: het oogonderzoek tussen vijf en negen, de enting zeven dagen voor het vertrek, en de vertrekleeftijd van minimaal zeven weken. Wat er daarna begint, staat bij het eerste jaar.