Naar de inhoud
Colliewijzerde collie, nagekeken bij de bron

Gezondheid

Ontstekingsremmers en pijnstilling bij de hond

Welke ontstekingsremmers krijgt een hond van de dierenarts, waarom zijn pijnstillers voor mensen gevaarlijk en wat te doen bij vergiftiging?

Een gesloten keukenkastje op ooghoogte met een doosje pijnstillers erin, zacht ochtendlicht door een raam, close-up van de kastdeur op een kier.

Een hond krijgt van de dierenarts vrijwel altijd een ontstekingsremmer uit de groep van de NSAID's, die speciaal voor dieren is geregistreerd en waarvan de dosis op het gewicht is afgestemd. Pijnstillers die mensen gebruiken, zoals diclofenac of ibuprofen, zijn voor een hond niet geschikt en kunnen al bij één tablet ernstige schade aan maag, darmen en nieren veroorzaken. Bij een collie speelt daarnaast mee dat het ras vaker drager is van het MDR1-gen, waardoor sommige middelen anders worden verwerkt dan bij andere honden.

Welke ontstekingsremmers krijgt een hond van de dierenarts, en waarvoor?

De groep die de dierenarts het meest voorschrijft, zijn de niet-steroïde anti-inflammatoire middelen, afgekort NSAID's. Voorbeelden van werkzame stoffen die in Nederland voor honden zijn geregistreerd, zijn meloxicam, carprofen, firocoxib en robenacoxib. Ze remmen het enzym cyclo-oxygenase, waardoor minder prostaglandinen ontstaan en de ontstekingsreactie en de pijnprikkel afnemen. De precieze werking van zulke middelen, de verschillende toedieningsvormen en de betekenis van een vastgestelde dosis worden in het Nederlands uitgelegd in dit diclofenac en ontstekingsremmers dossier, dat zich richt op lezers die meer willen begrijpen voordat zij een apotheek of arts bezoeken.

De diergeneeskundige inzet is breed. Bij een acute kreupelheid na een verkeerde sprong, bij artrose bij een oudere hond, na een operatie of bij een ontsteking aan tandvlees of oor kan een NSAID worden gegeven. Vaak gaat het om een kuur van enkele dagen tot enkele weken, soms om langdurig gebruik bij chronische gewrichtsklachten. In dat laatste geval controleert de dierenarts regelmatig bloedwaarden, omdat de nieren en de lever het middel moeten verwerken.

Naast NSAID's bestaan er andere pijnstillers voor honden, zoals gabapentine bij zenuwpijn of tramadol bij ernstige pijn. Die vallen niet onder de ontstekingsremmers en worden alleen op recept van de dierenarts gegeven. Ook hier geldt dat de dosering per hond verschilt en niet is af te leiden uit een menselijke verpakking.

Waarom zijn pijnstillers voor mensen gevaarlijk voor een hond?

Het belangrijkste verschil zit in de verhouding tussen werkzame stof en lichaamsgewicht. Een tablet van 50 mg is bedoeld voor een volwassen mens van tientallen kilo's. Voor een hond van acht kilo is diezelfde tablet een forse overdosis. Daarbij komt dat honden anders reageren op stoffen die voor mensen zijn onderzocht.

Paracetamol is een voorbeeld dat vaak wordt onderschat. Bij mensen is het een gangbaar middel tegen pijn en koorts, bij honden kan het al bij een betrekkelijk kleine hoeveelheid de rode bloedcellen aantasten en de lever beschadigen. Ibuprofen en diclofenac, beide ontstekingsremmers voor menselijk gebruik, kunnen bij honden maagzweren, bloedingen in het maag-darmkanaal en acuut nierfalen veroorzaken. De dierenarts kan niet simpelweg een kleinere dosis van een menselijk middel voorschrijven, omdat de veilige marge bij de hond veel smaller is en de tabletten niet zijn gemaakt om te worden gedeeld.

Een bijkomend probleem is de vorm. Tabletten met een maagsapresistente coating zijn bedoeld om pas in de darm uiteen te vallen. Bij een hond verloopt de spijsvertering anders, waardoor de stof op een onverwacht moment vrijkomt. Gel of zalf met diclofenac die op de huid van een mens wordt gebruikt, kan bovendien door een hond worden opgelikt, met dezelfde risico's als bij inname.

Hoe herken je een vergiftiging met een ontstekingsremmer?

De eerste verschijnselen treden vaak binnen enkele uren op, maar kunnen ook pas een dag later duidelijk worden. Veelvoorkomende signalen zijn braken, soms met bloed, zwarte of teerachtige ontlasting, buikpijn waarbij de hond niet graag wordt aangeraakt, en sloomheid. De hond kan weigeren te eten of juist veel drinken. Bij nierbetrokkenheid neemt de urineproductie af of juist toe, en kan de ademhaling sneller worden.

Sommige verschijnselen zijn subtieler. Een hond die normaal graag loopt, blijft liggen. Een hond die altijd eet, laat de bak staan. Omdat eigenaren niet altijd hebben gezien dat er een tablet is opgegeten, is het patroon van klachten vaak het eerste aanknopingspunt. Bloedonderzoek bij de dierenarts kan laten zien of de nierwaarden en de leverwaarden afwijken.

Bij een vermoeden van vergiftiging is het verstandig om de verpakking van het middel mee te nemen, ook als die leeg is. Daarop staan de werkzame stof, de sterkte per tablet en het aantal tabletten dat in de strip zat. Die gegevens bepalen mede hoe ernstig de situatie is en welke behandeling nodig is.

Wat doe je als een hond een tablet van een mens heeft opgegeten?

Bel direct de dierenarts of de dienst voor spoedeisende diergeneeskunde, ook buiten kantooruren. Wacht niet op klachten, want bij sommige middelen is de schade al gaande voordat de hond iets laat merken. Geef de hond niet zelf iets te eten of te drinken om het middel te verdunnen, en lok geen braken op zonder overleg. Braken kan bij een scherp tablet of bij een al beschadigde maag extra letsel geven.

De dierenarts kan besluiten om binnen een beperkt tijdsvenster het braken op te wekken of actieve kool toe te dienen, afhankelijk van het middel en het tijdstip van inname. Soms is een infuus nodig om de nieren te ondersteunen, soms een maagbeschermer. In ernstige gevallen blijft de hond een of meer dagen ter observatie. Hoe eerder de behandeling start, hoe gunstiger de verwachting doorgaans is.

Voorkomen is eenvoudiger dan behandelen. Bewaar pijnstillers in een afgesloten kast of doos, niet in een tas op de grond of op een nachtkastje. Laat geen strip op het aanrecht liggen en let op tassen die op de grond staan als er bezoek is. Een hond vindt een tablet in een boterham of snoepje vaak sneller dan de eigenaar doorheeft.

Waarom speelt de gevoeligheid van dit ras hier een extra rol?

Bij de collie, en bij verwante rassen zoals de shetland sheepdog en de australian shepherd, komt vaker een verandering in het MDR1-gen voor, ook wel ABCB1 genoemd. Dat gen maakt een eiwit aan dat in de bloed-hersenbarrière en in de darmwand stoffen terugstuurt naar waar ze vandaan kwamen. Bij dragers werkt dat eiwit minder goed, waardoor bepaalde middelen makkelijker in de hersenen doordringen en daar verschijnselen kunnen geven.

Die gevoeligheid geldt vooral voor middelen zoals ivermectine in hoge dosis, loperamide en sommige chemotherapeutica. Voor de gangbare NSAID's bij honden is het verband minder uitgesproken, maar de dierenarts houdt bij een collie toch rekening met de rasachtergrond. Dat betekent niet dat een collie nooit een ontstekingsremmer mag krijgen, wel dat de keuze en de dosis zorgvuldig worden bepaald en dat een eigenaar niet zelf een middel uit de kast van de mens toedient.

Omdat het ras ook vaker huid- en oogproblemen kent, krijgt een collie relatief vaak medicatie voorgeschreven. Bij een hond die al een middel gebruikt, is het extra belangrijk om bij een nieuw voorschrift te melden wat er al in het lichaam zit. De dierenarts kan dan beoordelen of combinaties veilig zijn of dat er een tussenpoos nodig is.

Wat een eigenaar zelf kan doen

Een eigenaar hoeft geen farmacologie te kennen om het belangrijkste te doen: alleen middelen geven die de dierenarts voor deze hond heeft voorgeschreven, in de afgesproken dosis en voor de afgesproken duur. Bewaar de bijsluiter bij het doosje, noteer wanneer een kuur begint en eindigt, en meld bijwerkingen zoals braken, diarree of sloomheid meteen. Bij twijfel over een gemiste dosis of een dubbele dosis is bellen met de praktijk altijd beter dan zelf een beslissing nemen.

Voor wie meer wil lezen over hoe ontstekingsremmers in het algemeen werken, welke vormen er bestaan en hoe een dosering tot stand komt, biedt het eerder genoemde dossier achtergrond in het Nederlands. Dat vervangt geen diergeneeskundig advies, maar helpt wel om de vragen scherper te stellen tijdens een consult.