Naar de inhoud
Colliewijzerde collie, nagekeken bij de bron

Sport en buiten

Zweten en warmte bij de hond: zo koelt een collie af

Hoe verliest een hond warmte, waarom lopen langharige honden meer risico en wanneer is oververhitting ernstig? Praktische uitleg en aandachtspunten.

Een collie ligt languit op een koele tegelvloer in de schaduw van een tuinmuur, met een waterbak naast zich, gefotografeerd van op ooghoogte in zacht middaglicht.

Een hond verliest warmte vooral via de neus, de bek en de tong door te hijgen, en in veel mindere mate via de voetzolen. Hij zweet niet zoals een mens, omdat hij nauwelijks werkzame zweetklieren over het lichaam heeft. Bij warm weer is hij dus aangewezen op hijgen, schaduw, water en een aangepast wandelschema.

Hoe verliest een hond warmte, en waarom zweet hij niet zoals een mens?

De temperatuurregeling van de hond verschilt fundamenteel van die van de mens. Waar een mens over het hele lichaam zweet en zo via verdamping afkoelt, heeft een hond alleen zweetklieren op de voetzolen, in de neusspiegel en in de oren. Die oppervlakte is te klein om het lichaam bij warmte of inspanning voldoende af te koelen. De voetzolen geven wel vocht af, wat een klein beetje warmte kwijt kan raken via verdamping, maar het is geen hoofdmechanisme.

Het belangrijkste koelmechanisme is hijgen. Door snel en oppervlakkig te ademen stroomt er veel lucht langs de tong, het mondslijmvlies en de neusholte. Daar verdampt vocht, en verdamping onttrekt warmte aan het lichaam. Bij een rustige hond gaat dat ongemerkt; bij inspanning of hitte kan de ademfrequentie sterk oplopen. Een hond die op een warme dag hijgt met een ver uitgestoken tong en veel speeksel, probeert dus letterlijk warmte af te voeren.

Daarnaast spelen gedrag en omgeving een rol. Een hond zoekt schaduw, graaft een kuil in koele grond, gaat languit op een tegelvloer liggen of drinkt meer. Ook de neus speelt een kleine rol: verdamping via de neusspiegel helpt mee. Maar al deze mechanismen samen zijn minder efficiënt dan het zweten van een mens. Voor mensen die zelf veel last hebben van transpiratie is dat verschil herkenbaar: waar een mens kleding, deodorant of een antitranspirant tegen overmatig zweten kan inzetten, moet een hond het vrijwel volledig van hijgen en omgevingskoelte hebben.

Waarom loopt een langharige hond bij warmte sneller gevaar?

De vacht van een collie is dubbel: een dichte ondervacht en een langere, waterafstotende bovenvacht. Die vacht beschermt tegen kou, regen en zon, maar houdt ook warmte vast. Bij hoge temperaturen vormt de isolerende laag een extra barrière tussen het lichaam en de buitenlucht. De warmte die het lichaam via hijgen kwijt moet, raakt moeilijker weg.

Daar komt bij dat een collie een relatief fors behaarde hond is met een flinke borstkas. Hijgt een hond al snel, dan neemt de belasting van hart en longen toe. Een donkere vacht absorbeert bovendien meer zonnestraling dan een lichte vacht, wat de oppervlaktetemperatuur kan verhogen. Honden met een dikke ondervacht die in de zomer niet goed worden uitgedund, houden meer warmte vast dan nodig.

Belangrijk is dat scheren niet automatisch de oplossing is. De vacht beschermt de huid ook tegen directe zon en kan zonder ondervacht juist minder goed isoleren. Overleg met een fokker, trimmer of dierenarts wat voor de individuele hond verantwoord is. Wat wel helpt: wandelen op koele momenten, water aanbieden, een koelmat of een tegelvloer in de schaduw, en de hond niet laten liggen in een warme auto of op een hete ondergrond.

Wat zijn de voortekenen van oververhitting en wanneer is het ernstig?

Oververhitting ontstaat wanneer een hond meer warmte opneemt dan hij kan afvoeren. De eerste signalen zijn vaak subtiel: sneller hijgen dan normaal, veel speeksel, een rode tong of rode slijmvliezen, onrustig heen en weer lopen, minder willen bewegen, hijgen met een brede houding en de poten wijd uit elkaar. De hond kan ook minder reageren op commando's of juist nerveus worden.

Ernstiger wordt het bij aanhoudend hijgen met een lange, platte tong, overmatig kwijlen, een doffe blik, wankelen, braken of diarree. De lichaamstemperatuur kan dan boven de normale waarde van ongeveer 38 tot 39 graden Celsius uitkomen. Bij een temperatuur boven de 40 graden is er sprake van een noodsituatie. Hersenschade en orgaanschade kunnen optreden als niet snel wordt afgekoeld.

Let extra op bij oudere honden, pups, honden met overgewicht, honden met een hart- of longaandoening en honden met een korte snuit. Ook een hond die net actief is geweest, kan nog nahijgen en in de problemen komen. Neem bij twijfel altijd contact op met een dierenarts. Wachten tot de hond omvalt is te laat.

Hoe koel je een hond af zonder hem te laten schrikken?

Koelen moet geleidelijk en zonder paniek. Zet de hond eerst in de schaduw of binnen, op een koele ondergrond. Bied lauw tot koel water aan om te drinken, niet ijskoud, en laat hem rustig op adem komen. Natte doeken op de buik, de liezen, de oksels en de poten helpen warmte af te voeren. Leg geen ijskoude omslagen op het hele lichaam en dompel de hond niet onder in ijswater: dat kan de bloedvaten in de huid laten samentrekken, waardoor de warmte juist minder goed weg kan.

Een ventilator of airconditioning op een lage stand kan verlichting geven, net als een koele tegelvloer of een koelmat. Laat de hond niet alleen in een afgesloten ruimte zonder luchtstroom. Blijf de ademhaling en het gedrag observeren. Als de hond binnen enkele minuten niet opknapt, blijft hijgen of tekenen van verwardheid vertoont, is dierenartsbezoek nodig.

Voor mensen die zelf veel zweten, is er een verschil in aanpak: zij kunnen hun kleding, hun huid en hun producten aanpassen. Bij een hond is dat niet mogelijk. Wat bij een hond werkt, is de omgeving koel houden en inspanning beperken. Een natte handdoek over de buik is geen vervanging voor schaduw en rust, maar een aanvulling daarop.

Wanneer wandel je wel en niet, en waar let je onderweg op?

Wandelen met een collie bij warmte vraagt om een aangepast schema. Ga vroeg in de ochtend of laat in de avond, wanneer de temperatuur lager is en de ondergrond is afgekoeld. Vermijd de middaguren, ruwweg tussen 11.00 en 17.00 uur, zeker op dagen boven 25 graden. Kortere wandelingen met meer pauzes zijn beter dan een lange route in één keer.

Let onderweg op de ondergrond. Asfalt en tegels kunnen in de zon erg heet worden en de voetzolen beschadigen. Kies gras, bosgrond of schaduwrijke paden. Neem water mee voor de hond en laat hem regelmatig drinken. Laat hem niet zwemmen in stilstaand water dat vervuild kan zijn, en let op blauwalg in de zomer.

Vermijd inspanning zoals fietsen naast de hond, lange trainingen of spelletjes met veel rennen op warme dagen. Een hond die zelf blijft doorgaan, stopt vaak te laat. Kijk naar de ademhaling: hijgt de hond meer dan anders, dan is het tijd om te stoppen en te rusten. Plan de wandeling rond de behoeften van de hond, niet rond een vast rondje.

Praktische aandachtspunten voor warme dagen

Zorg thuis voor een koele plek: schaduw in de tuin, een tegelvloer, een koelmat of een plek bij een ventilator. Laat een hond nooit achter in een auto, ook niet met een raampje open; de temperatuur in een auto loopt snel op. Zet het water binnen bereik en ververs het regelmatig. Honden met een dikke vacht hebben baat bij een goed onderhouden vacht, maar scheren is niet altijd de juiste keuze.

Let op de algemene conditie: een hond met overgewicht heeft meer moeite met warmte. Overleg met de dierenarts bij twijfel over de gezondheid of het gewicht. Voor de mens zijn er middelen tegen transpiratie, voor de hond is verkoeling de enige echte oplossing. Wie de signalen van de hond leert lezen en het wandelschema aanpast, voorkomt de meeste problemen.