Het ras
Wetgeving gericht op hondenrassen: wat betekent het
Wat houdt rasgerichte wetgeving in, welke kritiek bestaat erop en wat merkt een eigenaar bij wonen, reizen en verzekeren? Een feitelijk overzicht.
Rasgerichte wetgeving, in het Engels breed-specific legislation of BSL, is een verzamelnaam voor regels die rechten en plichten van hondenbezitters koppelen aan het ras of het uiterlijk van de hond, niet aan het gedrag van het individuele dier. Zulke regels kunnen variëren van een volledig verbod op het houden van bepaalde rassen tot een muilkorfplicht, een aanlijngebod, een registratieplicht of een verhoogde verzekeringspremie. In de praktijk komt het erop neer dat een hond op grond van zijn afkomst of bouw wordt behandeld als een risico, ongeacht hoe hij zich gedraagt. Wie meer wil weten over de achtergronden, de wetenschappelijke kritiek en de wereldwijde ontwikkelingen rond wetgeving rond hondenrassen vindt daar een Engelstalig overzicht dat vooral is gericht op eigenaren, huurders in gereguleerde gebieden en lokale bestuurders.
Wat houdt wetgeving die zich op een ras richt precies in?
Rasgerichte wetgeving is geen eenduidig pakket. De vorm verschilt per land, per deelstaat en soms per gemeente. Grofweg zijn er vier categorieën te onderscheiden.
De eerste is het verbod: het is dan niet toegestaan om een hond van een genoemd ras te houden, te fokken, te verhandelen of in te voeren. Bestaande honden krijgen soms een overgangsregeling, vaak met sterilisatieplicht en een registratie bij de gemeente.
De tweede categorie bestaat uit beperkende maatregelen zonder verbod. Denk aan een muilkorf- en aanlijnplicht in de openbare ruimte, een verbod op loslopen in parken, een maximum aan het aantal honden per huishouden of een meldplicht bij de politie.
De derde vorm is financieel en administratief: een verplichte aansprakelijkheidsverzekering met hogere premie, een registratiebewijs, een identificatiechip met rasvermelding of een gemeentelijke vergunning die per hond wordt afgegeven.
De vierde categorie raakt het eigendom en het verblijf: sommige verhuurders, woningcorporaties en verzekeraars sluiten bepaalde rassen uit in hun voorwaarden, ook als de overheid ze niet verbiedt. Zo kan een regeling doorwerken in het huurrecht en in de toegang tot woonruimte, zonder dat er sprake is van een wettelijk verbod.
Kenmerkend is dat de regels meestal niet het gedrag van de hond als uitgangspunt nemen, maar een lijst met rasnamen of een beschrijving van uiterlijke kenmerken. Daardoor kan een hond die geen enkel incident heeft veroorzaakt, toch onder de regeling vallen.
Op welke gronden worden rassen op zo'n lijst gezet, en welke kritiek bestaat daarop?
Rassen komen op een lijst terecht na incidenten met ernstig letsel, na druk uit de media of na politieke keuzes. Vaak wordt verwezen naar bijtstatistieken, naar de bouw en bijtkracht van de hond of naar de oorspronkelijke functie van het ras. Soms is de lijst gebaseerd op een eerdere lijst uit een ander land, zonder eigen onderzoek.
De kritiek op die onderbouwing is inmiddels breed gedocumenteerd. Een eerste punt is dat bijtstatistieken zelden betrouwbaar zijn: lang niet alle incidenten worden gemeld, de populatie honden per ras is niet bekend en het aantal geregistreerde honden zegt niets over het aantal bijtincidenten per hond. Zonder die noemer is een vergelijking tussen rassen statistisch niet houdbaar.
Een tweede punt is de identificatie. Bij een incident wordt het ras vaak achteraf vastgesteld op basis van uiterlijke kenmerken, door omstanders, politie of pers. Onderzoek naar visuele rasherkenning laat zien dat mensen, ook professionals, honden regelmatig verkeerd indelen. Een hond die op een lijst lijkt te staan, hoeft genetisch niet tot dat ras te behoren. Omgekeerd kan een hond die wel tot een genoemd ras behoort, buiten de regeling vallen omdat hij er niet als zodanig uitziet.
Een derde punt is dat gedrag niet rasgebonden is. Agressie wordt bepaald door een combinatie van aanleg, opvoeding, socialisatie, gezondheid, huisvesting en de manier waarop een eigenaar met de hond omgaat. Veterinaire beroepsorganisaties hebben zich herhaaldelijk uitgesproken tegen het beoordelen van individuele honden op basis van ras alleen, omdat een dergelijke beoordeling geen voorspellende waarde heeft voor het gedrag van een individuele hond.
Een vierde punt betreft de uitvoerbaarheid. Een lijst met rasnamen vraagt om handhaving, identificatie en juridische procedures. In de praktijk blijkt dat lastig, duur en juridisch kwetsbaar. Rechters hebben regelingen in verschillende landen vernietigd of beperkt omdat ze onvoldoende onderbouwd waren of omdat ze een onevenredige inbreuk vormden op het eigendomsrecht.
Wat merkt een eigenaar van zo'n regeling bij wonen, reizen en verzekeren?
Voor de eigenaar uit de regeling zich op drie terreinen die elkaar versterken.
Bij wonen gaat het om de vraag of de hond welkom is. Verhuurders en woningcorporaties kunnen in hun voorwaarden opnemen dat bepaalde rassen niet zijn toegestaan. Een huurder die al een hond heeft, kan bij een verhuizing of bij een nieuwe beheerder voor de keuze komen te staan: de woning of de hond. In gebieden met een gemeentelijk verbod komt daar de meldplicht bij, en soms een controle aan huis.
Bij reizen gaat het om grensoverschrijdend verkeer. Een hond die in het ene land zonder problemen mee mag, kan in een ander land onder een verbod of een muilkorfplicht vallen. Voor vakanties, verhuizingen en deelname aan hondenshows betekent dat vooraf uitzoeken welke regels op de bestemming gelden, en of een overgangsregeling voor bezoekers bestaat. Ook vervoerders, campings en hotels kunnen eigen voorwaarden hanteren.
Bij verzekeren gaat het om de polisvoorwaarden. Een aansprakelijkheidsverzekering voor huisdieren kan een uitsluiting bevatten voor bepaalde rassen, of een hogere premie vragen. Wie een hond uit een gereguleerd ras heeft, doet er verstandig aan de polisvoorwaarden vooraf te lezen en te controleren of het ras in de lijst van uitsluitingen staat. Bij een schadegeval kan een verzekeraar zich op die uitsluiting beroepen.
Daarnaast is er een praktisch gevolg dat minder zichtbaar is: het stigma. Eigenaren melden dat zij hun hond mijden in drukke gebieden, dat omstanders reageren op het uiterlijk en dat zij terughoudend zijn met het melden van incidenten uit vrees voor gevolgen voor de hond.
Welke gevolgen heeft een verbod voor asielen, gemeenten en dierenartsen?
Voor asielen betekent een verbod vaak een toename van het aantal honden dat niet meer geplaatst kan worden. Honden die onder de regeling vallen, blijven langer in het asiel of moeten worden overgebracht naar een ander gebied. De kosten voor opvang, medische zorg en huisvesting komen terecht bij de organisatie, die daar zelden extra budget voor krijgt. In sommige gevallen leidt dat tot euthanasie van gezonde honden, niet omdat ze gevaarlijk zijn, maar omdat er geen legale bestemming is.
Voor gemeenten betekent handhaving een extra last. Er moeten registers worden bijgehouden, controles worden uitgevoerd en juridische procedures worden gevoerd. De kosten daarvan zijn niet altijd zichtbaar in de begroting, maar ze zijn reëel. Tegelijk blijkt uit evaluaties dat een verbod niet automatisch leidt tot minder bijtincidenten, omdat het gedrag van eigenaren en de omstandigheden waarin incidenten gebeuren niet veranderen.
Voor dierenartsen ontstaat een dubbele positie. Enerzijds hebben zij een zorgplicht voor het individuele dier, anderzijds kunnen zij te maken krijgen met registratie- of meldverplichtingen. Een dierenarts die een hond van een gereguleerd ras behandelt, kan vragen krijgen over identificatie, sterilisatie of het advies dat aan de eigenaar wordt gegeven. Beroepsorganisaties benadrukken dat de beoordeling van gevaar bij voorkeur op het gedrag en de omstandigheden van het individuele dier is gebaseerd.
Welke alternatieven worden voorgesteld, en waar zijn verboden weer ingetrokken?
Als alternatief voor rasgerichte regels worden meestal gedragsgerichte en eigenaargerichte maatregelen genoemd. Daaronder vallen:
- wetgeving die aansluit bij daadwerkelijk gevaarlijk gedrag, ongeacht ras;
- strengere regels voor eigenaren, zoals een registratieplicht, een opvoedcursus of een aanlijnplicht na een incident;
- handhaving van bestaande regels over loslopen, muilkorven en overlast;
- voorlichting over socialisatie, opvoeding en verantwoord fokken;
- betere registratie van bijtincidenten, zodat beleid op feiten kan worden gebaseerd in plaats van op aannames.
In verschillende landen en regio's zijn rasgerichte verboden ingetrokken of verzacht. Soms gebeurde dat na een rechterlijke uitspraak, soms na een evaluatie waaruit bleek dat het verbod niet deed wat het beloofde. In plaats daarvan kwamen regels die zich richten op het gedrag van de hond en op de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Ook zijn er landen die hun lijst hebben uitgebreid, wat laat zien dat er geen eenduidige internationale trend is: het beleid verschilt per rechtsgebied en verandert met de politieke en maatschappelijke context.
Voor eigenaren, huurders en lokale bestuurders is het daarom vooral van belang de actuele regels van hun eigen gemeente, provincie of land te kennen, en niet af te gaan op algemene aannames over rassen. Wie zich wil verdiepen in de argumenten, de cijfers en de ervaringen met intrekking van verboden, kan terecht bij organisaties die dit onderwerp systematisch bijhouden en per regio documenteren.